Blog Image

SOLO ACTUEEL

ACTUEEL

Columns, actualiteiten, rariteiten en markante feiten...

Bil

Actualiteiten Posted on Thu, September 27, 2018 19:49

‘Dood vlees.’

‘Ja, ik zie het.’

‘Maar kijk daar! Die heeft ’t dus wel, maar is zo netjes het te verbergen.’

‘Maar het is niet te verbergen, als ik je goed begrijp?’

‘Juist, je begint het te begrijpen.’

Deel 305. Bil

Twintig jaar daarvoor zaten we er ook zo bij. Maar dan op de West-Kruiskade. Saint Georges zei dan: ‘Check die bil!’. Dat deed ik dan en snapte niet exact wat er te checken viel, buiten wat een ronde vorm met een vrouw eraan. Dan wees ik een bilpartij die me beviel aan en die werd dan altijd afgekeurd met opmerkingen als: ‘Hangwangen’ of ‘Je snapt het echt niet hè?’. Saint Georges was de billenman en ik meer de borstenman. Maar borsten vertellen niet wat billen wel doen.

En zo zaten we daar. Twintig jaar later. Op de Boulevard de Rochechouart. Billen te checken. In twee uur tijd had ik me weten te ontpoppen tot een expert. Een score van honderd op honderd volgens de billenmeester. Als de bil in orde was had hij de ‘schwing’. Dat zou duiden op een dierlijke vaardigheid in het liefdesspel. Een aangeboren talent of een positieve ontwikkeling die duidde op een hoge mate van lichamelijke vrijheid, werd me gedoceerd door de meester. Wat opviel was dat veel donkere vrouwen leken te beschikken over de ‘schwing’. Aziatische vrouwen, en dan zeker Japanse toeristes, beschikten over geen enkel greintje ‘schwing’. Het was op een gegeven moment zelfs pijnlijk om aan te zien hoe verkrampt sommige vrouwen over straat hobbelden. Soms zag je dat de ‘schwing’ beteugeld was. Vaak waren dat donkere vrouwen die met kinderen en man over straat gingen. Daar ging een smeulend vuur achter de piëteit schuil. Maar al te vaak zag je ook dat het iets anders was.

En als je eenmaal ingewijd bent in de kunst van het billen checken, dan laat het je niet meer los. Die kleine blik kan dan een wereld zeggen over de persoon die je voor je hebt. Als ze met hun rug naar je toe staan. En wat dan opvalt is de ellende die je soms ziet. Vooral bij een grote schare blanke westerse vrouwen tussen de vijfentwintig en vijfenveertig. Stapt uit haar Mini Cooper, de borsten zitten goed, het hoofd zit goed in de verf, de kleding is goed, op de hakken die ze dragen zou het een spektakel moeten zijn, maar bij inspectie blijkt het dood vlees. Het merk van de kinderwagen belangrijker dan hoe je erachter loopt. Het mantelpakje of jurkje strak om de billen, maar conformistisch genoeg om gepaste eenheid uit te stralen. De bewegingen daarbinnen staccato. Vermoord door het keurslijf van de normen die de wereld aan hen stelt. Of erger, de doelbewuste keuze. De kilte van de gedachte aan zo iemand in bed doet me bibberen.

Twintig jaar geleden snapte ik, met de kennis die ik toen had, niets van billen. Nu begrijp ik dat er een wereld achter zit. Het vertelt zoveel meer over iemand, dan die persoon misschien zou willen prijsgeven. Waar de ogen de spiegel van de ziel zijn, zijn de billen de vensters van het lichaam. Hoe een pad des levens via curves loopt, of in scherpe hoeken. Hoe bekrompenheid zich laat vangen in een achterwerk. Maar ook hoe vrijheid en levenslust zich vertaalt in het trillen van vlees en wiegen van heupen.

En ja. Mijn lief check ik graag.



Cowboy

Actualiteiten Posted on Thu, September 27, 2018 19:47

Wat ziet een mens als hij een ander mens ziet? Wat zorgt ervoor dat de iemand over een drempel stapt en contact maakt? Hoe ziet de één de ander in relatie tot zichzelf en vice versa? Als in een film? Aan verschillende kanten van het zilveren scherm, dat de spiegel tussen werelden vormt.

Deel 304. Middag Cowboy

Afgelopen zaterdag was een dag die zeer naar mijn genoegen verliep. Fietsen, lekker wakker worden, krantje, gezin, klusjes. Dat wat een goed huisvader op zaterdag zo doet. Om halfvijf in de middag had ik ondertussen wel zin in een frisse pint. En wel specifiek een Duvel van de tap. Slechts één kroeg in Rotterdam serveert dat. Sijf op de Oude Binnenweg. Het terras zat ramvol. Toen ik mijn fiets na de laatste stadse boodschappenronde stalde, zag ik nog één lege barkruk aan een statafel net in de zon. Ik ging zitten, bestelde en een moment later kwam de dienster mijn schuimende en petillante verlangen brengen. Het bier was net iets kouder dan thuis. De bitterheid kwam goed tot zijn recht. Het glas was schoon en besloeg aan de buitenkant. De belletjes stegen gestaag op uit het centrum van de bodem van het glas. In de caféruit zag ik mezelf ontspannen onderuit zitten. Die buik viel wel mee. De glimlach rond mijn lippen vertelde me dat alles goed was. Perfect. Een moment, als sneeuw in de zon.

In mijn dode hoek was een personage opgedoken. Net dichtbij genoeg om de aanwezigheid op te merken. Net buiten mijn zichtlijn. Statisch, als een slecht geplaatste vluchtheuvel midden op de weg. In mijn gelukzaligheid schonk ik er geen aandacht aan. Maar de man bewoog zich naar binnen de periferie van mijn blikveld. Ik hield mijn Duvel omhoog en ving het licht van de zon dat de Binnenweg kliefde als een golf een ravijn. Schitterend. ‘Mooi, echt mooi’, hoorde ik naast me zeggen. Daar stond hij. De cowboy. Een man van mijn lengte. Cowboyhoed op, bijpassende laarzen, leren jack en gestileerde baard. Naar accent en oogopslag te oordelen Turkse achtergrond.

Ik zweeg even en hij opende: ‘Je ziet er echt gelukkig uit.’ Met een blik die van vriendelijk verschoof naar een spectrum van bittere ernst keek ik hem strak, maar open aan. Ik antwoordde hem, dat hij er erg gespannen uit zag en niet erg gelukkig. Ik deelde hem mede dat ik op café was gegaan om even in alle rust een biertje te nuttigen na een vruchtvolle dag, waarna ik naar huis zou gaan om te koken voor mijn gezin en niet in was voor een langdradig ellendig verhaal. Hij keek me beduusd aan. De blik van een verslagen man. Waar dan net dat kleine beetje uit drupt, dat je dan uit erbarmen doet zeggen: ‘Vertel.’ Mijn Duvel was de zandloper.

Hij was al twee weken op de dool van kroeg naar kroeg. Aan de zuip. Het was de liefde. Hij was verliefd op een getrouwde vrouw met kinderen uit Canada. En de liefde verscheurde hem. Op de vraag waar ze elkaar hadden leren kennen antwoordde hij ‘Facebook’. En hij had haar nog nooit in levenden lijve gezien. En dacht dat het door de tijd wel minder zou worden, maar dat bleek allerminst waar. Ik vertelde hem dat hij moest stoppen met zuipen en zijn geld opzij moest zetten om haar op te zoeken. Dan zou de toekomst de rest wel uitwijzen. Hij keek me beteuterd aan met waterige ogen. Vervolgens vertelde ik over mijn dag en hoe ik dan wel content was. Hij begon te snikken en de waterlanders kwamen. Een kort moment voelde ik de aandrang zijn arm aan te raken in bemoediging, maar mijn innerlijke rust weerhield me ervan. Ik zag het aan. Hij vertelde dat hij de afgelopen twee weken honderd flessen Jack Daniels op had. En dat hij twee dagen daarvoor in de gay bar twintig shots Jack had besteld en in een uur had opgezopen. Mijn bier was op en ik stond op van mijn kruk. Gaf hem een boks en vertelde hem na te denken over wat ik gezegd had. Hij keek me niet begrijpend aan. Ik draaide me om, liep naar de overkant van de straat, haalde mijn stalen ros van slot en gaf het de sporen. Onderweg moest ik lachen. Thuis vertelde ik dat ik een cowboy had ontmoet. Een trieste cowboy. Iets fluisterde: ‘Brokeback Mountain’.

De volgende dag liet ik mijn gedachten er nog eens over gaan. Waarom spreekt zo’n figuur mij aan. Mijn conclusie is droevig. De cowboy was zonder dat hij deed of hij het wist gay. De vrouw van zijn dromen was een spinsel of een leugen. Misschien was ze wel echt, maar hield hij zichzelf ermee voor de gek, door de liefde voor een vrouw onbereikbaar te maken. Hij zoop om zo diep mogelijk in de put te komen. Zo diep dat enkel een deus ex machina hem nog zou redden. Hem in de armen zou nemen en troosten. Een gelukkig iemand. Een andere man. Iets dat geheel tegen zijn opvoeding en cultuur in ging. Hij walgde van zichzelf, maar zou dan wel moeten toegeven. En zijn losgemaakte gevoelens zouden veilig zijn, ook al waren ze fout. Hij zou dan eindelijk aan zichzelf durven of moeten toegeven wat zijn ware aard was. Enkel een engel zou daarvoor goed genoeg zijn. Iets zo puur dat het de goedkeuring van god zou kunnen wegdragen. Of hij zag een onschuldig cherubijntje dat hij met een roofzuchtig lulpraatje er wel in zou kunnen laten tuinen. De zondaar. Maar zo werkt het niet. Niemand kan een engel voor een ander zijn. Soms moet je eenvoudigweg eerst aan de andere kant van de spiegel zijn geweest.

Al schrijvende moest ik nog denken aan een quote uit de film ‘The Crow’. Uit erbarmen voor de zoekenden, speciaal voor mijn Middag Cowboy: ‘Ya know, my daddy used to say every man’s got a devil. And you can’t rest ’til you find him… but if it’s any consolation to you, you have put a smile on my face.’

https://youtu.be/9ipCKIxdHTs