Blog Image

SOLO ACTUEEL

ACTUEEL

Columns, actualiteiten, rariteiten en markante feiten...

Dunne draad

Actualiteiten Posted on Mon, December 10, 2018 21:13

Het was een zaterdagavond in de herfst van 1989. In konvooi reden we naar de stad, waar we uit zouden gaan. Het fietspad langs het spoor was schaars verlicht en goeddeels kaarsrecht. Op twee bochten na. Eén halverwege, daar stond een boom waar het fietspad omheen moest en één aan het begin. Daar zat een vertakking in het pad. We reden de route zo vaak, dat we het blind ook zouden kunnen. Maar ik reed die avond niet. Mijn brommer was stuk. Ik zat achterop de Yamaha DT van mijn beste vriend. Die was een stuk groter dan ik. We reden op kop. We kwamen de eerste bocht na de vertakking en de gashendels werden opengegooid voor de sprint naar de tweede bocht.

Na vijftig meter voelde ik mijn vriend tegen me aan vallen. Ineens accelereerde de wereld omgekeerd. De brommer werd onder ons vandaan getrokken door een onzichtbare hand. Met een smak kwam ik op het asfalt terecht. Alles te snel om na te denken. Al schuivend zag ik de lichten achter ons uitwijken en alles tot stilstand komen. Ik krabbelde overeind en zag dat mijn vriend dat ook deed. Op wat schrik, kleerscheuren en schaafwonden na, mankeerden we niets op het eerste gezicht. Na een minuut was de oorzaak van onze val gevonden. Iemand had een losse ijzerdraad van een hekwerk dat langs het spoor stond, over het fietspad gespannen op een hoogte van pakweg één meter vijftig. Deze had mijn vriend op de borst gepakt en zodoende van de brommer gesleurd, met mij erbij. Als ik dus voorop had gezeten, was ik onthoofd geweest. Tien jongens in hun tienerjaren keken elkaar aan en zochten naar woorden.

Toen merkte iemand op dat hij een jongen uit Hansweert van het fietspad af richting het station had zien lopen, terwijl wij in tegengestelde richting passeerden. De beslissing was snel gemaakt en vierklauwens reden zes brommers met tien opgefokte jongens richting het station Kapelle-Biezelinge, alwaar we de genoemde jongen aantroffen en bij de kladden grepen. Ik zie nog de angst in zijn ogen. Het besef van een wandaad. De kwaadheid en de tirade die hem ten deel viel. Zijn smekende bekentenis. En de conclusie dat de werkelijke daders, zijn vrienden, doorgelopen waren het pad op richting Goes. Verder werd hem niets aangedaan. De daders werden die avond niet meer gevonden. Dat zou de politie later oplossen. Wat schadevergoeding en een lullig taafstrafje.

De daders is het toentertijd vergeven geweest. Er is nooit iemand meer voor neergestoken geweest, nooit iemand afgetuigd of neergeschoten. Bloedwraak was niet nodig. Bier kregen we wel bij gelegenheid. En vriendschap zoals zich zo makkelijk tussen jonge mensen vormt als iets ze bindt. Mijn beste vriend zag ik steeds minder. Hij had natuurlijk ook een vriendinnetje en was altijd het serieuze type geweest. Veel volwassener dan wij. Pas jaren later hoorde ik van hem dat hij een tijdlang zeer aangeslagen was geweest, door dat incident. Op die leeftijd kon ik me daar niets bij voorstellen. Dood konden we toen toch nog niet. Maar sommige mensen zien sommige dingen vroeger dan anderen.



Afdankertjes

Actualiteiten Posted on Mon, December 10, 2018 21:04

Op het schoolplein van de kinderen zie ik ze soms. Zo in de verf gezet, dat het lijkt of het net niet opvalt. Billen die net een broekmaat te groot zijn. Wel hakjes erbij. Wapperende handjes, luchtkusjes en hip. De geur van yoga en ZZP-succes wervelt als een cycloon om ze heen. Zo creatief. Ze mogen ervan zichzelf zijn. En soort zoekt soort. Het vormt een kliekje waar graag bijgehoord wordt. Ze hebben nooit een man bij. Navraag leert ook dat die verdwenen is. Niet verder vragen. Mannen dwarrelen er echter zat omheen. Maar die zijn gelukkig getrouwd met een midlife crisis of het zijn gescheiden exemplaren. Beiden heb je er weinig aan. Het zijn als darren in de bijenwereld. Hun geslachtsorgaan verliest zijn functie na de paring.

En paren doen die vrouwtjes nog wel, sporadisch. Omdat de opiniebladen en de media ze vertellen dat dat hoort, ook al is de alimentatie al binnen voor het resterend anderhalf decennium. Of gewoon omdat ze à la Heleen van Rooijen ‘geil en stout’ zijn. Maar dat is meer een imago dingetje. Het geeft ze namelijk die schwung die nog begeerlijk voelt. En die heb je nodig om de darren om je heen te laten bewegen, die voor de extraatjes zorgen en je sociaal aanzien geven. Ook bij de vrouwen. En gespreksstof in de wijnbar. Alles het einde van de veertigjarige stuiptrekking van het nooit volwassen hebben willen spelen tot de overgang. De ontkenning van levensfase tot levensfase. Als tiener te volwassen willen. Als twintiger te speels spelen. Als dertiger de veertigste wijsheid veinzen en dan scheiden. En als veertiger de eindelijk verstandige volwassen jeugd spelen terwijl het stilletjes in de schoot allemaal verschrompelt. Dan is het klaar. Want wat volgt was onmogelijk voor te stellen en valt niet meer om te acteren.

Toch worden ze nu nog net op regelmatige basis geneukt. En wel door mijn vriend Herman. Hij stuurt me soms tietenselfies en onhandige foto’s van zichzelf bevingerende afdankertjes. Die heeft hij dan van hen gehad in aanloop tot stomende schemeravonturen en stuurt hij om me jaloers te maken. Hij fladdert wat heen en weer. Gisteren vroeg ik hem of hij het ook weleens met getrouwde vrouwen deed. Hij antwoordde dat zeker de helft getrouwd was. Toen ik hem vroeg of die vrouwen dan met hem sliepen om hun huwelijkse twijfels in beton te gieten, beaamde hij dat. Daarna volgde altijd een scheiding. De beste beslissing in hun leven. Hij verdween dan weer. En dook in het volgende stadium van een ander afdankertje op, de happy single periode. En op die manier bedienen in Rotterdam ongeveer honderd viriele mannen de tienduizend blanke succesvolle vrouwen tellende afdankertjesmarkt. Zij zijn de anonieme piemels, die zorgen voor het kloppende plaatje. Zij zijn de stof voor de Viva verhalen. En op hun beurt zijn ook zij weer afdankertjes. Zo houdt het systeem zichzelf in stand.

Een paar weken geleden zag ik op zaterdagochtend een vrouw fietsen waar ik sporadisch heimelijk naar loer op school. Stevige billen, vaak in een leren rokje of dito broek. Ze haastte zich op de fiets met haar kinderen naar de zaterdagse clubjes. Ze zag er gestressd uit. Toen ze voorbij was sprak ik hardop in mezelf: ‘Ook zo één waar dus niet mee samen te leven viel.’ Bij die woorden kreeg ik het koud. Misschien veronderstel ik te veel. Misschien zegt het meer over mijn angsten dan over de levens van anderen. Dat het de spiegel van de zwarte plekken op mijn ziel is. Ik wil niet afgedankt worden. Maar blijf liever voor altijd samen met degenen van wie ik houd. En wil vooral niet worden zoals zij allemaal.



Onmachtig

Actualiteiten Posted on Mon, December 10, 2018 20:59

Mevrouw Solo meldde hedenochtend dat ze met een vriendin naar Jett Rebel gaat in januari. Een pedante aansteller. Een mentaal instabiel, millenniaal tieneridiool. Echt een typetje voor De Wereld Draait Door en Lowlands. Het zou me niets verbazen als hij nog dichter is ook. Dat was een greep uit de gedachten die deze mededeling opriep. Mijn verstand fluisterde op de achtergrond nog dat hij, naar schijnt, ook nog eens een zeer begiftigd muzikant blijkt te zijn naast dat alles. Op zo’n moment kan ik niet blij zijn voor mevrouw Solo. Ik speel dat dan wel.

Een vriendin melde me onlangs dat ze haar zaterdagavond had doorgebracht op een poëzie evenement. Het was een heel leuke avond geweest. Veel dichters die ik van naam als wel persoonlijk ken. Dichters die bij mij in achting staan als wel dichters die ik niet hoog heb zitten. Maar allemaal waren ze leuk geweest. De sfeer was goed. Het was gezellig. De dichters die ik waardeer hadden sterke teksten. Ik berichtte haar dat ik jaloers was. Het vreemde was nochtans dat ik er niet bij had willen zijn. Als die mensen. Al dat gedoe. Dan liever thuis op de bank en op tijd naar bed.

In beide bovengenoemde gevallen voel ik een weergaloze jaloezie branden. Maar waarom? Ik ben niet jaloers dat ik niet naar Jett Rebel mag, of een poëzieavond aan me voorbij laat gaan. Ik ben ook niet jaloers dat mevrouw Solo of genoemde vriendin het naar hun zin hebben. Dat lijkt in opzet wel zo. Maar het is erger. Vergelijk het met het gevoel van jaloezie dat je lief met een ander naar bed gaat. Is het dan haar genot of positie waar ik jaloers op ben? Ben ik jaloers op het genot van een andere man? Op beide vragen is het antwoord nee.

Het is het gevoel niet degene te kunnen zijn waar de wereld om draait. Het is de realisatie dat je als mens niet al omvattend bent, niet het centrum bent van het universum. Dat er anderen zijn die wel de dingen doen, die jij ook wel had willen doen. Onbeperkt liefhebben, een goed gedicht schrijven, noem maar op. Maar dat kan dat niet. Want je bent er niet. Je bent maar een kleine flits in een oneindige ruimte. Het is de angst voor de onmacht, die de vorm aanneemt van een ongegronde jaloezie. Je maakt jezelf belachelijk voor een publiek van wederom enkel jezelf. Niemand die kijkt.

Toen ik zestien was, had ik een hekel aan iedereen die naar Lenny Kravitz luisterde. Niet omdat ik het de luisteraars niet gunde. Niet vanwege zijn muziek, zijn geld of Vanessa Paradis. Maar om het feit dat hij (overigens net als Jett Rebel en al die succesvolle dichters) wel de verzekering had. De verzekering die verlossing heet. Dat wat alles als een zwart gat naar zich toetrekt en verzwelgt. En de laatste toeschouwer in de zaal achter laat, ver weg en alleen achter zijn telescoop. In stilte, tot er geen ster meer te zien is.