Blog Image

SOLO ACTUEEL

ACTUEEL

Columns, actualiteiten, rariteiten en markante feiten...

De Hel

Actualiteiten Posted on Thu, January 03, 2019 11:48


Vorige week fietste ik over het fietspad langs de Gordelweg. In de verte zag ik een man in tegenovergestelde richting over het trottoir lopen met een aantal hondjes. Naarmate ik dichterbij kwam, kon ik zien dat het een lange man betrof. Kort stekeltjeshaar. Peper en zout kleurig. Een zwarte sportjas met grijze en blauwe accenten. Een donkere spijkerbroek. Eén van de hondjes was een foxterriër. De andere een onduidelijk bastaardje van schoothond formaat. De hondjes liepen in het gras naast het voetpad en dwongen de man ook in het gras te gaan lopen. De riempjes waren net te kort. En zo stond de man daar terwijl ik hem passeerde met mijn fiets. Het bastaardhondje bukte zich om zich te ontlasten. Ik zag het beeld compleet. En keek de man aan.

De harde ogen van de man flitsten even naar het hondje en toen weer naar de mijn. In zijn ogen las ik ongenoegen en boosheid. Het vormloze varkens lederen bankstel in de huiskamer. Een grote tv uit de koopjes kelder van de Correct met toch bedroevende beeldkwaliteit en al die kutprogramma’s. Een Opel Astra 1.9 diesel uit 1992. Een vrouw waar geen personal trainer meer wat aan kan verhelpen. Omdat het niet alleen aan de buitenkant eraan zit. Het ondergaan van de zon, terwijl het te bewolkt is om hem goed te kunnen zien. Altijd dezelfde racistische grapjes op het werk, waar die Turkse metselaar ook gewoon bij is. Hassan kan er zelf ook wel om lachen, toch? En nooit de postcode kanjer. Nooit.

Terwijl ik mijn blik afwendde zag ik hem in mijn ooghoek het hondje nog een schop geven. Hij riep me na: ‘Als je met je arrogante kop maar niet denkt dat ik die schijt ook nog voor je ga opruimen’. Ik keek niet om en wist dat hij het niet tegen mij had. Hij zag enkel een blanke middenklasser die tevreden op zijn fiets richting zijn gezin onderweg was voor het avondeten. Erasmus zei het al: ‘De meeste mensen zijn andere mensen’. Sartre zei het ook, maar maakte ervan: ‘De hel, dat zijn de anderen’.



Handschoen

Actualiteiten Posted on Thu, January 03, 2019 11:46

Onderweg van kantoor A naar kantoor B fietste ik, na het Centraal gepasseerd te zijn, over Kruisplein. Ik werd ingehaald door een vrouw met een grijze knot op een fiets met zadeltassen. Ze fietste over een hobbeltje in de weg. Uit een van de fietstassen viel een handschoen. Ik zag hem vallen. Landen op de straat. En riep: ‘Mevrouw, u verliest een handschoen.’ Stoïcijns fietste de vrouw door. Ze keek niet eens om. Een moment dacht ik om te draaien en de handschoen op te halen en haar achterna te fietsen. Maar toen die gedachtegang ten einde kwam, was ik al weer zestig meter verder.

Ik zag dat ze stopte bij de kruising met de Kruiskade. Inhalen zou kunnen als ik hard fietste. Maar wat zou ik dan te zeggen hebben? ‘Mevrouw, u bent tweehonderd meter terug uw handschoen verloren.’ Zou het ze iets kunnen schelen? Zou ze de moeite nemen om terug te fietsen om hem op te halen? In mijn schuur liggen twee volle vuilniszaken met uitgewassen handschoenen. De oogst van één winterseizoen handschoenen oprapen op mijn dagelijkse fietstochten. Ik voelde een moedeloze onverschilligheid die zich meester van me wilde maken.

De kruising met de Kruiskade overstekend zag ik honderd meter voor me dat de vrouw stopte en haar fiets op de stoep zetten. De zette het rijwiel op slot en ging een pand binnen. Toen ik er voorbijfietste, zag ik dat dat het Goethe Instituut was. De vrouw was dus waarschijnlijk Duits en had niet verstaan of gehoord wat ik riep, toen ze haar handschoen verloor. Nog vijftig meter twijfelde ik, voordat ik alsnog de teugels wendde. Ik fietste terug naar Kruisplein en vond daar op dezelfde plek als ik hem had zien vallen de handschoen. Ik pakte hem op.

Het plan was om de handschoen in de fietstas van de vrouw te stoppen. Zo zou ze hem weer terug hebben. Toen ik echter aankwam bij het Goethe Instituut was ik er niet meer zeker van welke fiets het was. Iedereen lijkt tegenwoordig wel fietstassen te hebben. Dus belde ik aan en stapte, nadat een jonge vrouw de deur open had gedaan de drempel over. Ik legde uit dat ik een handschoen had gevonden van een vrouw met grijs haar en een knotje, die hier zojuist vijf minuten eerder was binnengegaan. Een zwaar Duits accent antwoordde das das ein Kollegen gewesen sein moeste en nam de handschoen in ontvangst. Ik wenste haar een goede dag en liep de deur uit. Toen ik me omdraaide zag ik de vrouw met het knotje haar hoofd om een hoekje steken binnen en met een brede lach zwaaien. Dat voelde goed.

Ik stapte op mijn fiets en dacht verbaasd over de weinige praktische moeite die het had gekost iemand blij te maken. En hoe onevenredig veel innerlijke discussie me dat had gekost. Trappend om op snelheid te komen scheen er flets licht door de ontbladerde bomen langs de Westersingel en stelde zich de volgende vraag: ‘Stel je voor dat je te horen krijgt dat je nog een dag te leven hebt. Wat ga je dan doen? Pak je dan de eerste handschoen op die je ziet liggen? Of ga je filosoferen over een probleem waar je de oplossing nooit meer van zult vinden.’



Dunne draad

Actualiteiten Posted on Mon, December 10, 2018 21:13

Het was een zaterdagavond in de herfst van 1989. In konvooi reden we naar de stad, waar we uit zouden gaan. Het fietspad langs het spoor was schaars verlicht en goeddeels kaarsrecht. Op twee bochten na. Eén halverwege, daar stond een boom waar het fietspad omheen moest en één aan het begin. Daar zat een vertakking in het pad. We reden de route zo vaak, dat we het blind ook zouden kunnen. Maar ik reed die avond niet. Mijn brommer was stuk. Ik zat achterop de Yamaha DT van mijn beste vriend. Die was een stuk groter dan ik. We reden op kop. We kwamen de eerste bocht na de vertakking en de gashendels werden opengegooid voor de sprint naar de tweede bocht.

Na vijftig meter voelde ik mijn vriend tegen me aan vallen. Ineens accelereerde de wereld omgekeerd. De brommer werd onder ons vandaan getrokken door een onzichtbare hand. Met een smak kwam ik op het asfalt terecht. Alles te snel om na te denken. Al schuivend zag ik de lichten achter ons uitwijken en alles tot stilstand komen. Ik krabbelde overeind en zag dat mijn vriend dat ook deed. Op wat schrik, kleerscheuren en schaafwonden na, mankeerden we niets op het eerste gezicht. Na een minuut was de oorzaak van onze val gevonden. Iemand had een losse ijzerdraad van een hekwerk dat langs het spoor stond, over het fietspad gespannen op een hoogte van pakweg één meter vijftig. Deze had mijn vriend op de borst gepakt en zodoende van de brommer gesleurd, met mij erbij. Als ik dus voorop had gezeten, was ik onthoofd geweest. Tien jongens in hun tienerjaren keken elkaar aan en zochten naar woorden.

Toen merkte iemand op dat hij een jongen uit Hansweert van het fietspad af richting het station had zien lopen, terwijl wij in tegengestelde richting passeerden. De beslissing was snel gemaakt en vierklauwens reden zes brommers met tien opgefokte jongens richting het station Kapelle-Biezelinge, alwaar we de genoemde jongen aantroffen en bij de kladden grepen. Ik zie nog de angst in zijn ogen. Het besef van een wandaad. De kwaadheid en de tirade die hem ten deel viel. Zijn smekende bekentenis. En de conclusie dat de werkelijke daders, zijn vrienden, doorgelopen waren het pad op richting Goes. Verder werd hem niets aangedaan. De daders werden die avond niet meer gevonden. Dat zou de politie later oplossen. Wat schadevergoeding en een lullig taafstrafje.

De daders is het toentertijd vergeven geweest. Er is nooit iemand meer voor neergestoken geweest, nooit iemand afgetuigd of neergeschoten. Bloedwraak was niet nodig. Bier kregen we wel bij gelegenheid. En vriendschap zoals zich zo makkelijk tussen jonge mensen vormt als iets ze bindt. Mijn beste vriend zag ik steeds minder. Hij had natuurlijk ook een vriendinnetje en was altijd het serieuze type geweest. Veel volwassener dan wij. Pas jaren later hoorde ik van hem dat hij een tijdlang zeer aangeslagen was geweest, door dat incident. Op die leeftijd kon ik me daar niets bij voorstellen. Dood konden we toen toch nog niet. Maar sommige mensen zien sommige dingen vroeger dan anderen.



Afdankertjes

Actualiteiten Posted on Mon, December 10, 2018 21:04

Op het schoolplein van de kinderen zie ik ze soms. Zo in de verf gezet, dat het lijkt of het net niet opvalt. Billen die net een broekmaat te groot zijn. Wel hakjes erbij. Wapperende handjes, luchtkusjes en hip. De geur van yoga en ZZP-succes wervelt als een cycloon om ze heen. Zo creatief. Ze mogen ervan zichzelf zijn. En soort zoekt soort. Het vormt een kliekje waar graag bijgehoord wordt. Ze hebben nooit een man bij. Navraag leert ook dat die verdwenen is. Niet verder vragen. Mannen dwarrelen er echter zat omheen. Maar die zijn gelukkig getrouwd met een midlife crisis of het zijn gescheiden exemplaren. Beiden heb je er weinig aan. Het zijn als darren in de bijenwereld. Hun geslachtsorgaan verliest zijn functie na de paring.

En paren doen die vrouwtjes nog wel, sporadisch. Omdat de opiniebladen en de media ze vertellen dat dat hoort, ook al is de alimentatie al binnen voor het resterend anderhalf decennium. Of gewoon omdat ze à la Heleen van Rooijen ‘geil en stout’ zijn. Maar dat is meer een imago dingetje. Het geeft ze namelijk die schwung die nog begeerlijk voelt. En die heb je nodig om de darren om je heen te laten bewegen, die voor de extraatjes zorgen en je sociaal aanzien geven. Ook bij de vrouwen. En gespreksstof in de wijnbar. Alles het einde van de veertigjarige stuiptrekking van het nooit volwassen hebben willen spelen tot de overgang. De ontkenning van levensfase tot levensfase. Als tiener te volwassen willen. Als twintiger te speels spelen. Als dertiger de veertigste wijsheid veinzen en dan scheiden. En als veertiger de eindelijk verstandige volwassen jeugd spelen terwijl het stilletjes in de schoot allemaal verschrompelt. Dan is het klaar. Want wat volgt was onmogelijk voor te stellen en valt niet meer om te acteren.

Toch worden ze nu nog net op regelmatige basis geneukt. En wel door mijn vriend Herman. Hij stuurt me soms tietenselfies en onhandige foto’s van zichzelf bevingerende afdankertjes. Die heeft hij dan van hen gehad in aanloop tot stomende schemeravonturen en stuurt hij om me jaloers te maken. Hij fladdert wat heen en weer. Gisteren vroeg ik hem of hij het ook weleens met getrouwde vrouwen deed. Hij antwoordde dat zeker de helft getrouwd was. Toen ik hem vroeg of die vrouwen dan met hem sliepen om hun huwelijkse twijfels in beton te gieten, beaamde hij dat. Daarna volgde altijd een scheiding. De beste beslissing in hun leven. Hij verdween dan weer. En dook in het volgende stadium van een ander afdankertje op, de happy single periode. En op die manier bedienen in Rotterdam ongeveer honderd viriele mannen de tienduizend blanke succesvolle vrouwen tellende afdankertjesmarkt. Zij zijn de anonieme piemels, die zorgen voor het kloppende plaatje. Zij zijn de stof voor de Viva verhalen. En op hun beurt zijn ook zij weer afdankertjes. Zo houdt het systeem zichzelf in stand.

Een paar weken geleden zag ik op zaterdagochtend een vrouw fietsen waar ik sporadisch heimelijk naar loer op school. Stevige billen, vaak in een leren rokje of dito broek. Ze haastte zich op de fiets met haar kinderen naar de zaterdagse clubjes. Ze zag er gestressd uit. Toen ze voorbij was sprak ik hardop in mezelf: ‘Ook zo één waar dus niet mee samen te leven viel.’ Bij die woorden kreeg ik het koud. Misschien veronderstel ik te veel. Misschien zegt het meer over mijn angsten dan over de levens van anderen. Dat het de spiegel van de zwarte plekken op mijn ziel is. Ik wil niet afgedankt worden. Maar blijf liever voor altijd samen met degenen van wie ik houd. En wil vooral niet worden zoals zij allemaal.



Onmachtig

Actualiteiten Posted on Mon, December 10, 2018 20:59

Mevrouw Solo meldde hedenochtend dat ze met een vriendin naar Jett Rebel gaat in januari. Een pedante aansteller. Een mentaal instabiel, millenniaal tieneridiool. Echt een typetje voor De Wereld Draait Door en Lowlands. Het zou me niets verbazen als hij nog dichter is ook. Dat was een greep uit de gedachten die deze mededeling opriep. Mijn verstand fluisterde op de achtergrond nog dat hij, naar schijnt, ook nog eens een zeer begiftigd muzikant blijkt te zijn naast dat alles. Op zo’n moment kan ik niet blij zijn voor mevrouw Solo. Ik speel dat dan wel.

Een vriendin melde me onlangs dat ze haar zaterdagavond had doorgebracht op een poëzie evenement. Het was een heel leuke avond geweest. Veel dichters die ik van naam als wel persoonlijk ken. Dichters die bij mij in achting staan als wel dichters die ik niet hoog heb zitten. Maar allemaal waren ze leuk geweest. De sfeer was goed. Het was gezellig. De dichters die ik waardeer hadden sterke teksten. Ik berichtte haar dat ik jaloers was. Het vreemde was nochtans dat ik er niet bij had willen zijn. Als die mensen. Al dat gedoe. Dan liever thuis op de bank en op tijd naar bed.

In beide bovengenoemde gevallen voel ik een weergaloze jaloezie branden. Maar waarom? Ik ben niet jaloers dat ik niet naar Jett Rebel mag, of een poëzieavond aan me voorbij laat gaan. Ik ben ook niet jaloers dat mevrouw Solo of genoemde vriendin het naar hun zin hebben. Dat lijkt in opzet wel zo. Maar het is erger. Vergelijk het met het gevoel van jaloezie dat je lief met een ander naar bed gaat. Is het dan haar genot of positie waar ik jaloers op ben? Ben ik jaloers op het genot van een andere man? Op beide vragen is het antwoord nee.

Het is het gevoel niet degene te kunnen zijn waar de wereld om draait. Het is de realisatie dat je als mens niet al omvattend bent, niet het centrum bent van het universum. Dat er anderen zijn die wel de dingen doen, die jij ook wel had willen doen. Onbeperkt liefhebben, een goed gedicht schrijven, noem maar op. Maar dat kan dat niet. Want je bent er niet. Je bent maar een kleine flits in een oneindige ruimte. Het is de angst voor de onmacht, die de vorm aanneemt van een ongegronde jaloezie. Je maakt jezelf belachelijk voor een publiek van wederom enkel jezelf. Niemand die kijkt.

Toen ik zestien was, had ik een hekel aan iedereen die naar Lenny Kravitz luisterde. Niet omdat ik het de luisteraars niet gunde. Niet vanwege zijn muziek, zijn geld of Vanessa Paradis. Maar om het feit dat hij (overigens net als Jett Rebel en al die succesvolle dichters) wel de verzekering had. De verzekering die verlossing heet. Dat wat alles als een zwart gat naar zich toetrekt en verzwelgt. En de laatste toeschouwer in de zaal achter laat, ver weg en alleen achter zijn telescoop. In stilte, tot er geen ster meer te zien is.



Fragment

Actualiteiten Posted on Thu, November 01, 2018 12:46

Laatst sprak ik een man die regelmatig vrouwen tot seks dwingt. Hij acht dat zijn recht. Als hij een date heeft, dan is het logische gevolg dat ze in bed belanden. Als hij een vrouw een geschenkje geeft, dan verwacht hij daar iets voor terug. En dat iets betreft seks. Seks is voor hem het enige dat waarde geeft aan zijn bestaan. Als hij seks heeft gehad tegen de wil van de vrouw, dan maakt dat niet uit. Hij vindt dat volkomen gerechtvaardigd, gezien binnen de context van zijn leven een wetmatigheid is. Seks besluit de transactie. Een goed gesprek of een blijkgeven van tederheid is niet van belang. Een relatie al helemaal niet. Het gaat om de seks. En vooral de kwantiteit. Ontbreekt seks, dan is er iets mis. Seks is het rendement op de investering die hij in vrouwen doet. Zonder seks klopt het sommetje niet.

Mensen die ik dit vertel reageren vaak met verbazing en afschuw. Ze zijn helemaal verbaasd als ik ze vertel dat ik het wel snap. Om me heen gebeurt het namelijk ook constant. Zonder dat iemand het door lijkt te hebben. Het heet dan een ‘business case’ of een bedrijfsplan. Het heeft maar één doel. Een afgebakend, positief financieel resultaat. Er kan nog zoveel moois aan te pas komen. Duurzaamheid, sociaal, een betere wereld, een toekomst, maar als onder de streep er geen sprake is van winst uitgedrukt in euro’s, dan snapt niemand het meer. Dan houdt het gesprek op. Dan houdt alles op. Het enige dat dan helpt is net zo lang prakkiseren tot je toch tot een ‘positieve business case’ komt. Dan is alles in orde. Dan klopt het sommetje. En is het enige dat dan nog telt het volgende sommetje. Allemaal losse sommetjes. Zoveel mogelijk.

We leven in een perverse maatschappij, waar alles draait om financieel gewin. Veel snel geld. En zo weinig mogelijk verbanden. Als een netwerk van one-night stands. Een continue stroom Tinder transacties. Alles is instrumenteel aan dit principe. Alles staat los van elkaar, zodat de resultaten duidelijk en altijd positief te rekenen zijn. Honderd keer seks. Goed gescoord!!! En al die getraumatiseerde vrouwen? Nou niet lopen zeuren hè. Het gaat om het resultaat! Weer een ton bespaard op de personeelskosten!!! Top gozert!!! Wat? Ziekenhuis failliet? Van alles meer dan kerken, zei mijn vader altijd al.

We leven in een tijd waar bookmakers de dienst uitmaken. En waar boekhouders de uitvoerende macht zijn. Ons blind maken door ons te becijferen en fragmenteren. Elke maand sluiten ze de boeken. Elk kwartaal sluiten ze de boeken. Elk jaar sluiten ze de boeken. Elke dag. En laten de wereld weer opnieuw beginnen vanaf nul. God is enkel winst. Het is de gekte die de vos het kippenkot doet uitmoorden.



Zorgeloos

Actualiteiten Posted on Tue, October 16, 2018 20:32

Afgelopen week zat ik ergens met een kopje koffie voor mijn neus en een pen in mijn hand. Voor me een leeg blad dat ik vulde met mijn gevoelens. Toen het blad vol was, bekeek ik mijn pen. Een Waterman vulpen die ik heb gekregen van een stel dat ik in Toscane in de echt verbonden had. Hij schrijft lekker. Tevreden met mijn schrijfsels en mijn pen stapte ik op de fiets. Het leven is tegenwoordig overwegend een aaneenschakeling van tevreden momenten. Geen verfilmbare pieken misschien, maar ook geen psychiatrische dalen. Zorgeloos. In gedachten lette ik even niet op en werd bijna geschept door een auto van links die geen voorrang verleende. Tijdig trapte ik op mijn rem en er was niets aan de hand. En ineens moest ik aan mijn zoontje denken. Dat is een klein wildemannetje dat soms zijn omgeving helemaal vergeet, als hij opgaat in zijn gedreven bezigheden. Mijn zorg is dat hij door zijn onoplettendheid zichzelf nog eens letsel of verdriet bezorgt. En ineens zag ik mezelf terug.

Toen ik op de lagere school zat, kreeg ik van mijn ouders een doos met schrijfspullen. Enveloppen, briefpapier en een pen. Een ranke balpen. Lichtgroen met chroom. Dat waren de schrijfspullen die mijn vader gebruikte om brieven naar mijn moeder te schrijven in de tijd dat hij in den verre verkeerde. Spullen met een verhaal. In die tijd had zich op mijn lagere school een weelderige ruilhandel in kantoorartikelen, knikkers en aanverwant klein speelgoed ontwikkeld. Dat ging van kwaad tot erger. Net als op de aandelenmarkt werd het steeds gekker. Op een goede dag ruilde ik een volle etui met pennen voor twee oude muntjes uit 1905. In de bibliotheek zocht ik in het muntenboek de waarde na. Dat bleek bijkans driehonderd gulden te zijn. Ik had financieel een gigantische slag geslagen. Blij zoals een kind dat kan zijn.

De eerste golf van geluk rolde terug de zee in. Een paar dagen daarna wilde ik wat schrijven. In de schrijfdoos was echter de pen waarmee mijn vader zijn brieven schreef verdwenen. Na wat rommelen in laatjes drong het langzaam tot me door dat de pen misschien wel per ongeluk in de geruilde etui beland had kunnen zijn. Tegelijk met dat besef spoelde er iets over me heen dat ik nog nooit eerder zo had gevoeld. Een gevoel van verlies. Schuld. Dat ik iets had gedaan in een bui van onachtzaamheid en daarmee iets had kwijtgespeeld dat niet van mij was. En niet te vervangen was. Die avond kon ik de slaap niet vatten en lag huilend in bed. Mijn moeder trachtte me te troosten en zei me dat we de volgende dag wel zouden kijken of we de pen nog terug konden krijgen. Maar ik wist dat dat niet zou lukken. Hij zou verdwenen blijven. Natuurlijk maakte het voor mijn ouders niets uit. Maar ik was iets verloren, voorgoed.

De schuld is intussen door de decennia gesleten. En toch, toen mijn vader laatst met een zak muntjes aan kwam van zolder en ik er feilloos de muntjes uit 1905 uit viste. Het herinnerde aan een moment. Het besef zorgeloosheid eindig is. En sommige daden, hoe onschuldig ook, gevoelens onomkeerbaar maken.



Bil

Actualiteiten Posted on Thu, September 27, 2018 19:49

‘Dood vlees.’

‘Ja, ik zie het.’

‘Maar kijk daar! Die heeft ’t dus wel, maar is zo netjes het te verbergen.’

‘Maar het is niet te verbergen, als ik je goed begrijp?’

‘Juist, je begint het te begrijpen.’

Deel 305. Bil

Twintig jaar daarvoor zaten we er ook zo bij. Maar dan op de West-Kruiskade. Saint Georges zei dan: ‘Check die bil!’. Dat deed ik dan en snapte niet exact wat er te checken viel, buiten wat een ronde vorm met een vrouw eraan. Dan wees ik een bilpartij die me beviel aan en die werd dan altijd afgekeurd met opmerkingen als: ‘Hangwangen’ of ‘Je snapt het echt niet hè?’. Saint Georges was de billenman en ik meer de borstenman. Maar borsten vertellen niet wat billen wel doen.

En zo zaten we daar. Twintig jaar later. Op de Boulevard de Rochechouart. Billen te checken. In twee uur tijd had ik me weten te ontpoppen tot een expert. Een score van honderd op honderd volgens de billenmeester. Als de bil in orde was had hij de ‘schwing’. Dat zou duiden op een dierlijke vaardigheid in het liefdesspel. Een aangeboren talent of een positieve ontwikkeling die duidde op een hoge mate van lichamelijke vrijheid, werd me gedoceerd door de meester. Wat opviel was dat veel donkere vrouwen leken te beschikken over de ‘schwing’. Aziatische vrouwen, en dan zeker Japanse toeristes, beschikten over geen enkel greintje ‘schwing’. Het was op een gegeven moment zelfs pijnlijk om aan te zien hoe verkrampt sommige vrouwen over straat hobbelden. Soms zag je dat de ‘schwing’ beteugeld was. Vaak waren dat donkere vrouwen die met kinderen en man over straat gingen. Daar ging een smeulend vuur achter de piëteit schuil. Maar al te vaak zag je ook dat het iets anders was.

En als je eenmaal ingewijd bent in de kunst van het billen checken, dan laat het je niet meer los. Die kleine blik kan dan een wereld zeggen over de persoon die je voor je hebt. Als ze met hun rug naar je toe staan. En wat dan opvalt is de ellende die je soms ziet. Vooral bij een grote schare blanke westerse vrouwen tussen de vijfentwintig en vijfenveertig. Stapt uit haar Mini Cooper, de borsten zitten goed, het hoofd zit goed in de verf, de kleding is goed, op de hakken die ze dragen zou het een spektakel moeten zijn, maar bij inspectie blijkt het dood vlees. Het merk van de kinderwagen belangrijker dan hoe je erachter loopt. Het mantelpakje of jurkje strak om de billen, maar conformistisch genoeg om gepaste eenheid uit te stralen. De bewegingen daarbinnen staccato. Vermoord door het keurslijf van de normen die de wereld aan hen stelt. Of erger, de doelbewuste keuze. De kilte van de gedachte aan zo iemand in bed doet me bibberen.

Twintig jaar geleden snapte ik, met de kennis die ik toen had, niets van billen. Nu begrijp ik dat er een wereld achter zit. Het vertelt zoveel meer over iemand, dan die persoon misschien zou willen prijsgeven. Waar de ogen de spiegel van de ziel zijn, zijn de billen de vensters van het lichaam. Hoe een pad des levens via curves loopt, of in scherpe hoeken. Hoe bekrompenheid zich laat vangen in een achterwerk. Maar ook hoe vrijheid en levenslust zich vertaalt in het trillen van vlees en wiegen van heupen.

En ja. Mijn lief check ik graag.



« PreviousNext »